Een veilige boot
Drijfvermogen
De drijflichamen moeten bestaan uit: drie, geen water opnemende, schuimblokken, (alleen toegestaan in oude versie boten) of:
drie luchtzakken

De minimumeisen zijn:
Elk drijflichaam moet min. 40 en max. 50 liter drijfvermogen hebben, tezamen minstens 120 liter. Luchtzakken moeten van vezelversterkt materiaal gemaakt zijn en voorzien van ‘zelfsluitende’ veiligheidsventielen. Het gewicht van elke luchtzak moet minstens 200 gram zijn.
45 ±5 literPolyester boten moeten daarbij ( meestal door schuim in de dubbele bodem) nog eens 30 liter drijfvermogen hebben!
Hoe meer drijfvermogen hoe minder water in de boot na het omslaan!
Elk moet met minstens drie banden van minimaal 39 en maximaal 51 millimeter breedte bevestigd zijn aan de romp, ofwel in oude versie boten, in (beschermende) (lucht-)kasten zijn aangebracht. EIk zo’n kast moet een inspectieluik hebben met een doorsnee van minstens 8,5 centimeter.
Het drijfvermogen moet minstens ééns per jaar gecontroleerd worden.
De boot moet voorzien zijn van een lijn van minstens 8 meter (effectieve) lengte en minstens 5 mm. dikte. Dit moet een drijvende lijn zijn, omdat het anders te moeilijk is de lijn uit bet water te pakken om de boot (bij reddingakties) op sleeptouw te nemen.
Het hoosvat moet vastgebonden zijn aan de romp. Het is gemakkelijk te leren hoe je, als je omgeslagen bent, de boot weer recht kunt trekken en er weer inklimmen. Maar zeilen kun je dan nog niet met al dat water erin.Let er goed op dat het hoosvat een goede maat heeft: Te groot, en je armen wegen als lood na 4 of 5 keer hozen; te klein, en het duurt veel te lang om de boot leeg te krijgen (en al de anderen varen maar door!).
Zorg ervoor dat ze net als het hoosvat aan de romp verankerd en vastgebonden zijn zodat je ze bij het omslaan niet kan verliezen. Het is nogal ‘onhandig’ om zonder roer zwaard of mast weer naar de haven te zeilen !
Dit om zeker te zijn dat:
1) de drijflichamen stevig bevestigd zijn en niet losraken,
2) de drijflichamen niet lekken,
3) de boot blijft drijven met de dek-rand boven water, ook al staat de boot vol water en is er een gewicht van 60 kg.vlak achter het middenschot geplaatst.
1) de drijflichamen stevig bevestigd zijn en niet losraken,
2) de drijflichamen niet lekken,
3) de boot blijft drijven met de dek-rand boven water, ook al staat de boot vol water en is er een gewicht van 60 kg.vlak achter het middenschot geplaatst.
Sleeplijn –landvast
De boot moet voorzien zijn van een lijn van minstens 8 meter (effectieve) lengte en minstens 5 mm. dikte. Dit moet een drijvende lijn zijn, omdat het anders te moeilijk is de lijn uit bet water te pakken om de boot (bij reddingakties) op sleeptouw te nemen.Hoosvat
Het hoosvat moet vastgebonden zijn aan de romp. Het is gemakkelijk te leren hoe je, als je omgeslagen bent, de boot weer recht kunt trekken en er weer inklimmen. Maar zeilen kun je dan nog niet met al dat water erin.Let er goed op dat het hoosvat een goede maat heeft: Te groot, en je armen wegen als lood na 4 of 5 keer hozen; te klein, en het duurt veel te lang om de boot leeg te krijgen (en al de anderen varen maar door!).Roer, zwaard en mast
Zorg ervoor dat ze net als het hoosvat aan de romp verankerd en vastgebonden zijn zodat je ze bij het omslaan niet kan verliezen. Het is nogal ‘onhandig’ om zonder roer zwaard of mast weer naar de haven te zeilen !















