Veiligheidsregels
Je moet minstens 200 meter kunnen zwemmen
Een belangrijke voorzorgsmaatregel voor je eigen veiligheid is, dat je voordat je het water opgaat, zeker weet (zwemdiploma’s !!) dat je goed kunt zwemmen, ook met kleren aan.
Wanneer de opleiding bij de club vroeg in het jaar begint (het water is dan nog erg koud) kunnen zwem- en omslaanproeven het best in een zwembad gedaan worden.
Draag goede zeilkleding en een zwemvest
Kies met zorg goede zeilkleding. Draag in je boot altijd je droogpak dicht geritst. Gebruik tegen de kou een muts. 60 % van de lichaamswarmte ontsnapt via het hoofd.
Tegen natte voeten gebruik je rubberen droogsokken in je zeillaarzen. Handschoenen heb je in verschillende soorten. Van rubberen keuken handschoenen gevoerd met gewone handschoenen tot professionele van neopreen.
Het is het beste om alleen in een boot te zitten
Echt zeilen in een Optimist en de daarbij behorende technieken leer je het beste als je alleen in de boot zit. Soms, aan het begin van de opleiding kunnen daarop uitzonderingen gemaakt worden.
Een beginner vindt het wel prettig en een veilig gevoel als een ervarener Optimistzeiler enkele keren meevaart. Maar alleen als de instructeur het zegt.
Waar en wanneer mag je gaan zeilen.
Zijn er clubregels of plaatselijke verordeningen ? Dan kun je die in je geheugen vastleggen en je daaraan houden.
Als je omslaat blijf bij de boot.
Onthoud deze regel goed. Dan is het veel gemakkelijker voor je instructeur of anderen om je te vinden en jou de boot hulp te verlenen.
Niet bang zijn voor omslaan
Eens gebeurt het. Je slaat om. Nou en, wat dan nog.
De meeste worden er door verrast, probeer daarom onder begeleiding eens expres om te slaan, dan zie je ook hoe moeilijk het is,om weer aan boord te klimmen.
In het begin van het voorjaar is het water erg koud. Tenzij je een eskimo bent, vind je water al koud als de temperatuur lager is dan 13 graden Celsius.
Als er een zwembad in de buurt van de vereniging is, probeer dan te regelen dat op een dag de Optimist mee naar binnen mag en doe de omslaproef dan daar. Kun je meteen een zwemtest doen.
Het omslaan
Het "ongelukje" is gebeurd. De boot ligt ondersteboven.
Blijf kalm!
Pak het zwaard trek het maximaal uit en door te gaan hangen, zal de boot langzaam op zijn zijkant draaien met het zeil vlak op het wat
Draai de boot zo dat de boeg tegen de wind in wijst.
Houd je vast aan de dekrand en probeer op het zwaard te gaan staan. Meestal richt de boot zich al op voordat je op het zwaard hebt kunnen klimmen. In het begin gaat het langzaam, maar zodra het zeil vrij komt van het water, gaat het PLOTSELING HEEL SNEL.
Zorg dat de boot tegen de wind in blijft liggen. Houd de boot vast en schuif naar de spiegel. Klim er daar in. Als je aan de zijkant aan boord wilt klimmen, zal de boot weer omslaan en komt er meer water in. Hoos de boot leeg met het hoosvat.
Als je wedstrijd zeilt, zeil dan onder het hozen in de goede richting.
Zwemvaardigheid
Bij de veiligheidsregels heb je geleerd dat:
* je tenminste 200 meter moet kunnen zwemmen;
* je altijd een zwemvest draagt en a]s je een droogpak draagt dit altijd met een dichte rits;
* na omslaan: BLIJF BIJ DE BOOT!
Dit lijkt gek. Maar als je kunt zwemmen ben je vertrouwd geraakt met water en ben je er niet meer bang voor. 200 meter zwemmen in kalm en warm water in je zwemkleding, kun je vergelijken met 25 meter zwemmen in een meer of zee met je kleren aan, waarbij het water kouder is en er bovendien golven staan.















